Voorbeelden van het gebruik van Boer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Bij de boer- supermarkt 1km- centrum 1, 5km.
Die boer rook heerlijk.
Een boer uit Wilton heeft gebeld.
IN dit geval wint de Speler A met de Boer kicker.
Iedereen hier is boer.
Ik dacht dat hij boer was.
Deze boer heeft werk om te doen.
Niet die boer van Rhode Island weer.
De boer heeft me overtuigd.
Mr De Boer is alleen hier gestopt.
Kamperen bij de boer, of op je eigen terrein.
Jij bent boer.
Misha is geen boer.
Ik ben deze kaart, Harten Boer.
Maar jij bent geen Ierse boer. Ierse boer.
Boer en consument gaan samen online.
Boer Holler?
Je dacht dat ik een boer was, hè? Machinebouw?
Gegarandeerd één boer per slokje.
Boy Boer, ontwerper van de atomflowers.