Voorbeelden van het gebruik van De knecht in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De knecht boog en ging het pad terug op.
Je beoordeelt toch ook niet de knecht van iemand anders?
En de knecht vrij van zijn heer.
Ik ben de knecht van de Marquis de Lauzun.
Ja, maar de knecht heeft de sleutel van de buitendeur.
Ben jij de knecht van Satan?
Het is de knecht die geld aanneemt.
Ik zal de knecht even verwijderen?
De knecht antwoordde dat dit niet het geval was.
Het was de knecht, Jonathan Masbath.
En de knecht Masbath.
Waar is de knecht?
De knecht loog over 'n andere uitgang.
En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.
En de knecht zeide: Dat is mijn heer!
En de knecht zeide: Dat is mijn heer.
Heer Giffard vertelde dat de knecht 'n spion was.
Ook de knecht van de politieagent van Gijbeland ging mee.
Zei de knecht tegen zichzelf en hij trok vrolijk verder.