Voorbeelden van het gebruik van De slechte man in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De slechte man is weg.
Dat is de slechte man.
De slechte man met het pistool.
Stop de slechte man.
Jij bent de slechte man.
Bracht hij de slechte man hier? Vader?
Bracht hij de slechte man hier? Vader?
Laat de slechte man vliegen!
Je zou de slechte man uitschakelen.
Pakt hij de slechte man?- Ja.
Dader? De slechte man met het pistool?
Ik ga de slechte man uit je huis weghalen.
Wat heeft de slechte man gedaan?
De slechte man, hij wilt.
Maar de slechte man, hij dwingt me.
En de slechte man dan?
De slechte man kwam erin voor.
Misschien is de slechte man terug.
De slechte man heeft ons gevonden?
Oké man, op dit moment ben jij de slechte man voor de pers.