Voorbeelden van het gebruik van Een been in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze brak denk ik een been.
Ik kwam niet op een been.
herstellend alcoholist met een kapotgeschoten been.
Dan breek je een been.
Ik wou dat ik een ander been had.
Dat is een been.
Een been voor een been.
M'n milt. Een been.
O, nee, je hebt een gebroken been.
Ik brak alleen een been.
Je skiede op zwarte pistes de berg af op een been.
Een kikker been hamburger op een fel groene broodje.
Een alcohol been.
Het voordeel van een metalen been.
Hé, z'n laatste vriendin was een verbrand been van een paspop!
Gemaakt van een been van een rhinoceros.
Normaal staat een been in een mooie rechte lijn.
Hij raakte gewond aan een been maar wist te ontsnappen.
Haak een tweede been, ga daarna door met de volgende stap.