Voorbeelden van het gebruik van Het samen doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je kunt het samen doen. Het kan leuk zijn.
We moeten het samen doen.
Wil je het samen doen?
Jullie moeten het samen doen.
We kunnen het samen doen.
Omdat we het samen doen.
Wil je het samen doen?
We gaan het samen doen.
Zullen we het samen doen?
Laten we het samen doen.
We zullen het samen doen.
We moeten het samen doen, in een sfeer van oprechte solidariteit.
We zouden het samen doen onze zoon opvoeden,
We zouden het samen doen.
We zouden het samen doen.
Omdat we het samen doen.
We zullen het samen doen.
We zullen het samen doen. Oké dan.
Wil we het samen doen?
We moeten het samen doen.