Voorbeelden van het gebruik van Het willen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik had het eerder willen zeggen, maar… Juist.
Zou jij het niet willen zijn?-Tot ziens!
Zou je het willen weten?
Daarvoor is ook het willen van belang.
Omdat wij de enigen zijn die het willen.
Ik zou het niet willen.
Ik had het wel willen doen.
Als we het willen begrijpen moeten we daar beginnen.
Ik had het eerder willen zeggen, maar… Juist.
Hij zal het niet willen, Jemma.
Ik zou het willen weten.- Aan wat?
Die werkt in een richting zoals Wij het willen.”.
Of ze het willen of niet.
Ik had het je willen vertellen, maar… Maar wat?
Ik zou het niet willen weten.
Zou je het willen uitleggen? Nee?
Je kunt het willen, maar meer niet.
We spraken over het willen beschermen en verdedigen van de aarde.
Ik zou het niet willen doen.
Maar wat? Ik had het je willen vertellen, maar.