Voorbeelden van het gebruik van Hij moet in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij moet tegen Brakus vechten.
Hij moet het weten. Rhonda, alsjeblieft.
Hij moet naar een ziekenhuis, niet naar een gekkenhuis.
Nee, hij moet Timmy heten.
Nee, hij moet hier ergens zijn.
Hij moet Vince en Sheila gezien hebben.
Hij moet er ergens in zitten.
Hij moet wachten, totdat beiden samen zijn.
Hij moet met je praten.
Hij moet daar over 15 minuten zijn.
En hij moet Bjoern betalen voor het wegslepen.
Hij moet het leren.-Nee, alsjeblieft.
Hij moet in de buurt zijn, Deac.
Hij moet met haaien gaan werken.
Hij moet in 't rode gebied zijn!
Hij moet naar het ziekenhuis, Ray.
Hij moet douchen en dan gaan we de wedstrijd winnen.
Hij moet wachten, totdat beiden samen zijn.
Hij moet de gevangenis in.
Hij moet slapen.