Voorbeelden van het gebruik van Ik brak in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik brak mijn hand.
Wat is er gebeurd? Hij maakte mij boos, ik brak zijn schedel.
Ik brak hun nek alsof het niets was.
Ik brak de ramen.
Ik brak de oude wetten.
Ik brak z'n nek.
Ik brak z'n rib en hij klaagde m'n ouders aan.
Ik brak het record, niet jullie!
Ik brak mijn rechter stemband Dat is de zoete.
En ik brak in Hanoi.
Ik brak haar nek.
Ja. Ik brak haar nek. Hoe?
In ieder geval, ik brak zijn nek.
Ik brak z'n nek.