Voorbeelden van het gebruik van Nog leefden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar hoe wist je dan dat ze nog leefden?
Maar hoe wist je dan dat ze nog leefden?
Hij sneed hun handen af terwijl ze nog leefden. Wat? Shit!
Ik zag dat de alien cellen nog leefden.
Hij sneed hun handen af terwijl ze nog leefden. Wat? Shit!
Toen de ezels nog leefden, liepen zij er ook met een boog omheen.
Francis en Vaderr die nog leefden en Ross die iedere dag kwam aangereden!
Toen ze nog leefden, bedoel ik?
Maar dat ze beiden nog leefden was de echte overwinning.
Maar dat ze beiden nog leefden was de echte overwinning.
Toen ze nog leefden, waren hun echtgenoten ontrouw.
Als ze nog leefden, zou je al op zee zijn.
Als ze nog leefden, was u uitgevaren.
Als zij nog leefden, waren die bonbons niet vergiftigd.
Als mam en pap nog leefden hadden ze je gedwongen.
Toen ze nog leefden, waren hun echtgenoten ontrouw.
Niet toen de anderen nog leefden.
Ik heb niet gezegd dat ze nog leefden.
Die woonden daar toen ze nog leefden.
Ik hoopte altijd dat ze nog leefden.