Voorbeelden van het gebruik van Rouwen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Rouwen was persoonlijk.
Rouwen zal June niet terugbrengen.
Ik had met haar moeten rouwen. Ik had er moeten zijn.
We rouwen met je.
We rouwen later om onze vrienden.
Als een team, rouwen we om hem.
Rouwen is een extreem persoonlijke en privé-aangelegenheid.
Rouwen is niet makkelijk.
We rouwen allemaal op onze eigen manier. Jezus Christus.
We rouwen om hun verlies.
Rouwen is een individueel proces met een universeel doel.
De Beers cheerleaders rouwen ook om het verlies.
Er bestaat zelf rouwen met het dopen.
We rouwen naast de dood om veel dingen.
Vettius? De stad zal rouwen.
Rouwen om Robert.
En nu… rouwen we om haar.
Door het rouwen ben je in de war.
En dat we niet moeten rouwen.
Ze moeten de familie laten rouwen.