Voorbeelden van het gebruik van Waren toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze waren toch familie.
We waren toch bondgenoten?
Nou, ja, maar ze waren toch voorbestemd.
Wij waren toch de gebroeders Slade?
De schoenen die ze moest vullen waren toch best groot.
Onderwijl kwam er een flinke hoosbui naar beneden, maar wij waren toch binnen.
Zie je, het waren toch de batterijen.
Er waren toch twee lichamen?
Het waren toch goede vervalsingen?
Jullie waren toch niet samen?
Die Ouden waren toch zo intelligent?
Die waren toch dood?
Ze waren toch uit elkaar?
Dat waren toch normale gevangenen?
Het waren toch wel twee productieve dagen, DCI Barnaby.
Maar de Furlongs waren toch iets vreemder dan de meesten.
Die waren toch uitgestorven?
We waren toch een team?
Dat waren toch jullie namen?
Maar m'n antistoffen waren toch te hoog?