Voorbeelden van het gebruik van Moet toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet toch de politie bellen.
Je moet toch naar de politie.
Daar moet toch iemand opdracht toe gegeven hebben?
Wel, er moet toch iemand de leiding hebben.
Iemand moet toch op de hoogte zijn.
Er moet toch een behandeling voor zijn.
Dat moet toch een soort van record zijn.
Er moet toch 'n manier zijn dat hij niet.
Ik moet toch hun papieren zien.
Je moet toch betalen.
U moet toch begrijpen hoe krankzinnig dit klinkt?
Maar je moet toch eerst dit artikel doorlezen.
Met een pen schrijven, dat moet toch veel makkelijker en beter kunnen?
Het moet toch gebeuren.
Dat moet toch leuk voor jou zijn.
Ik moet toch die kant op.
Het moet toch ergens in die boeken staan.
Hier moet toch iets zijn.
Je moet toch eten.
Ik moet toch met haar hierover praten.