Voorbeelden van het gebruik van Moet toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
T Moet toch. 't Spijt me.
Iemand moet toch de weg naar Afrika weten hier.
Dat moet toch ergens voor tellen.
Dat moet toch.
Dat moet toch voor iéts tellen.
Dat moet toch jouw kant zijn?
Er moet toch een manier zijn.
Er moet toch iets zijn dat je wilt doen voor je sterft?
Iemand moet toch deze complexe serums maken?
Maar er moet toch iets zijn wat we kunnen doen?
Moet toch een weekend in Toscane waard zijn?
Maar het moet toch gecontroleerd worden.
Er moet toch iemand in de stad blijven, opa.
Dat moet toch iets betekenen.
Hier moet toch ergens geld in zitten!
Er moet toch iets zijn dat we kunnen doen?
Er moet toch een reden zijn waarom ze jou de schuld geeft.
Er moet toch een mogelijkheid zijn dat Brizia kan getuigen.
Daar moet toch wat aan te doen zijn.
Moet toch de hele dag uit,
