Voorbeelden van het gebruik van Zeg hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zeg hem nee, Frank is daar te klein voor.
Zeg hem dat ik het niet vergeten ben.
Zeg hem dat ik een groot paard wil.
Zeg hem dat ik wil scheiden. Hmm.
Fabi, zeg hem dat hij kan gaan.
Zeg hem z'n mond dicht te houden.
Zeg hem dat. Zeg hem dat ik het niet was.
Bel hem. Zeg hem dat wij van de zaak zijn.
Zeg hem vervelend en aanhoudend'.
Het spijt me.- Zeg hem dat hij ongelijk heeft.
Zeg hem peren mee te brengen.
Het spijt me.- Zeg hem dat hij ongelijk heeft.
Zeg het hem. Zeg hem dat het gedaan is.
Zeg hem… Zeg hem dat het gehaktbaldag is.
Alsjeblieft, John Zeg hem u te komen halen John!
Zeg hem… Zeg hem dat ik niet hier ben.
Zeg hem bedankt, maar nee bedankt.
Zeg hem dat hij voorzichtig moet zijn. Zeg hem.
Precies. je weet wel… Zeg hem.
Precies. je weet wel… Zeg hem.