Voorbeelden van het gebruik van Zeg hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Als Walt opduikt, zeg hem om hier op mij te wachten.
Zeg hem te gaan vissen
Ga naar Yoo-baek en zeg hem dat ik Seol-rang ben!
Zeg hem dat ik geen verkrachter ben.
Als hij bijkomt, zeg hem dan dat ik z'n auto heb genomen.
Zeg hem dat ik zijn zoon niet meer ben, ik kom niet terug.
Zeg hem dat het me spijt.
Zeg hem je naam.
Zeg hem dat ik hem vergeef voor wat hij heeft gedaan.
Zeg hem dat we Joleen hebben.
Zeg hem dat ik ze zal beschermen alsof het de mijne zijn.
Als hij er is, zeg hem dan om buiten te komen.
Zeg hem dat we komen voor Prins Condé.
Zeg hem als het weer gebeurt,
Luister, als iemand Lorenzo ziet, zeg hem dan dat ik hem zoek.
Zeg hem dat ik weet wie daarbinnen is.".
Zeg hem dat ik en teken geef als hij moet beginnen.
Zeg hem wie u bent, zeg hem dat u zilver hebt!
Zeg hem dat je je rechten kent!
Maar zeg hem dat ik niet zijn leugens moeten allemaal op mij.