Voorbeelden van het gebruik van Zeuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nog steeds zeuren over Christminster. Hoe lief.
Zeuren over je rooster.
Je hele leven zeuren over de voorwaarden van de eigenaren.
Met plezier en zonder zeuren.
Dat is zeuren.
Kom terug! Ga niet bij je moeder zeuren.
Hij blijft zeuren of ik iets herinner over een gele lift.
Terwijl jij aan het zeuren was, dacht ik aan een slim plan.
Stop met zeuren, je hebt toch nog een Super Soaker.
Nog steeds zeuren over Christminster. Hoe lief.
Stop met zeuren en ga pauzeren.
Ben je van plan te gaan zeuren?
Ik wil mijn excuus aanbieden, voor het zeuren tegen je over Angela.
Hou op met zeuren en rekenen.
Kom terug! Ga niet bij je moeder zeuren.
Freddy bleef zeuren tegen David de hele ochtend om te gaan.
Minder zeuren en meer lopen.
Wolford heeft wel zitten zeuren over het gemeentebeleid van zijn nachtclubs.
Janken en zeuren over hoe oneerlijk het leven is?
Ik begrijp niet waar je over aan het zeuren bent.