Voorbeelden van het gebruik van Aldoor in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dan had ik aldoor gelijk.
Kijk, Miguel… Ik wil er niet aldoor voor terug komen.
Ik ben aldoor misselijk.
Ik denk aldoor aan jou.
Ik was aldoor hier.
Zo liep hij een tijdlang en zei aldoor.
Ik mis Adam aldoor.
Ik zeg het aldoor.
Ned, volgens mij is ze niet aldoor treurig.
Ik gebruik ze aldoor.
Ik zie aldoor dingen.
Jullie speelden dat liedje vroeger aldoor.
Want die is eenvoudig jij zijn… altijd, aldoor.
Ik ben aldoor bang.
Is dat niet wat jij aldoor doet?
Wees je LIEFDE… aldoor… aldoor.
Je zegt aldoor" ze", pa.
Dus je bent aldoor thuis geweest?
Ik zeg aldoor al dat ik zo op zoek ben naar avontuur.
Ik denk aldoor aan je.