AMUSEREN - vertaling in Frans

amuser
vermaken
amuseren
plezier
uitleven
plezier hebben
spelen
plezier maken
genieten
lol
leuk
divertir
vermaken
te entertainen
amuseren
onderhoudend
amusent
vermaken
amuseren
plezier
uitleven
plezier hebben
spelen
plezier maken
genieten
lol
leuk
amusez
vermaken
amuseren
plezier
uitleven
plezier hebben
spelen
plezier maken
genieten
lol
leuk
amuse
vermaken
amuseren
plezier
uitleven
plezier hebben
spelen
plezier maken
genieten
lol
leuk

Voorbeelden van het gebruik van Amuseren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
fouten kunnen soms amuseren….
erreurs peuvent parfois amuseront….
Lk zei, amuseren jullie je?
J'ai dit, avez-vous du bon temps?
Jullie amuseren je,?
Vous vous amusez bien, on dirait?
We amuseren ons gewoon.
On s'amusais, c'est tout.
Je slechte grappen amuseren mij niet meer, Griffin.
Vos singeries pittoresques ne m'amusent plus, Griffin.
We amuseren ons, we werken hard,
On rigole, on bosse dur
Ze amuseren zichzelf.
Ils s'amusent.
Wanneer we onszelf amuseren komt de chemische neurotransmitter dopamine vrij in onze hersenen.
Quand on s'amuse nos cerveaux produisent une substance chimique appelée la dopamine.
Ontdek verhalen die amuseren, informeren en inspireren met podcasts.
Avec les podcasts, découvrez des histoires divertissantes, instructives et sources d'inspiration.
Je gaat je amuseren vanavond, oké?
Tu vas t'amuser ce soir, OK?
Omdat je je niet kunt amuseren?
Parce que t'es coincée, et pas éclatable?
Ik zou wat rondhangen en mij amuseren.
Je m'amuserais et organiserais un bal.
Ik voel die emotie Ik ga me amuseren.
Je sens cette émotion Je vais avoir bien du plaisir.
Het is een feest. Laten we ons amuseren.
C'est une fête, éclatons-nous!
Dus ik dacht te gaan shoppen, ons wat amuseren.
Alors je me suis dit qu'on pourrait aller faire des courses. S'amuser un peu.
We gaan ons zo amuseren.
On va vraiment s'éclater.
We zullen ons amuseren.
On passera un moment merveilleux.
Hiermee gaat hij zich de hele nacht amuseren.
Celle-ci, ça va m'amuser toute la nuit.
Ik heb niet gezegd dat we ons zouden amuseren.
Je n'ai pas dit qu'on allait s'amuser.
Dan ga ik me daar amuseren met Osiris.
Je sens que je vais m'y plaire avec Osiris.
Uitslagen: 147, Tijd: 0.0545

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans