Voorbeelden van het gebruik van Beken in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Beken jij nu?
Beken, Owen.
Beken wat je gedaan hebt.
Beken. En wees de kunstenaar die je zou moeten zijn.
Ik beken, dat dergelijke gesprekken met Ned Land mij altijd in verlegenheid brachten.
Beken… of je krijgt dezelfde drie pijlen.
Beken je nu dat je verdomme een strijder bent?
Waarom beken je je misdaden niet?
Beken kleur en stel een trendy trend in.
Ook al beken je Kyle, hij gaat alsnog de gevangenis in.
Welaan, spreek! beken openhartig, dat gij hem beschuldigt.”.
Beken je schuld.
Beken de waarheid.
Beken wat je gedaan hebt met mijn zus
Beken uw misdaden.
Beken, dat je de dienaar van de Duivel bent.
Beken… of… je zult nooit… in vrede zijn.
Beken of ik ransel je af tot je eraan bezwijkt!
Beken alle moorden, Carl.
Beken je moord?