Voorbeelden van het gebruik van Hij moet het in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij moet het nog verwerken.
Hij moet het alleen nog geloven.
Hij moet het weten.
Hij moet het weten, van de lijkwade.
Hij moet het zelf geloven.
Hij moet het doen met een lepel.
Hij moet het geen tweede keer zeggen en grijpt zijn uitrusting.
Hij moet het tijdens de explosie in zijn hand hebben gehad.
Hij moet het volgende minimum medisch profiel hebben.
Hij moet het aankunnen.
Hij moet het me leren.
Hij moet het, we hebben hem daar nodig.
Hij moet het doen.
Wat hij ook eet, hij moet het blijven eten.
Hij moet het echt proberen,
Hij moet het nog steeds op een ongeluk laten lijken.
Planeet Aarde is niet goed genoeg, hij moet het in de ruimte zoeken.
Hij moet het van jou horen… niet van Donna.
Hij moet het voorkomen hebben van een actief dier,
Hij moet het 4 tot 5 keer per dag innemen,