Voorbeelden van het gebruik van Ik ben onschuldig in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben onschuldig.
Maar ik ben onschuldig, ik zweer 't!
Ik ben onschuldig bevonden.
Ik ben onschuldig.
Ik ben onschuldig.
Ik ben onschuldig aan hekserij.
Stamelde ik ben onschuldig, er; en deze woorden,
Ik ben onschuldig, ik tel mijzelf niet, ik geef er mijn leven voor prijs.
vecht en zeg; ik ben onschuldig.
Ik ben onschuldig.- later heb je nog genoeg tijd om excuses te maken!
je moet me geloven, ik ben onschuldig.
u dit wel vaker zult horen… maar ik ben onschuldig.
wat het niet is, want ik ben onschuldig maar hypothetisch gezien, als ik zo iets
zeggende: Ik ben onschuldig aanhet bloed dezes Rechtvaardigen;
zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen;
Maar ik was onschuldig.
Ik was onschuldig.
Ik was onschuldig van beschuldigingen dat ik mijn vrouw sloeg.