Voorbeelden van het gebruik van Je moeten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik had je moeten mollen toen ik de kans had.
Ik ga je moeten terugbellen.
Ik had je moeten bellen, dat ik weer in de stad was.
Dan zal ik je moeten helpen.
Ik had je moeten vertellen dat ik met Spencer ging praten.
Ik zal je moeten schorsen.
Ik had je moeten opsluiten toen ik de kans kreeg.
Ik had je moeten vermoorden toen ik de kans had.
We zullen je moeten terugbellen.
Had ik je moeten storen om dat te zeggen?
Ik had je moeten helpen.
Ik ga je moeten laten gaan.
Ik had je moeten kussen.
We zullen je moeten dragen.
Mamma had je moeten leren kloppen.
Ik ga je moeten vragen om betaald verlof te nemen.
Ik had je moeten helpen met het vinden van je sleutels.
Nu zal ik je moeten vermoorden.
Ik had je moeten helpen met het zoeken naar jou sleutels.
Dan zal ik je moeten verstoten.