Voorbeelden van het gebruik van Moet het zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ja… hier moet het zijn.
Dit moet het zijn.
Zo moet het zijn nu.
Dit moet het zijn.
Dit moet het zijn.
Dit moet het zijn.
Dit moet het zijn.
Samen moet het 180 zijn.
Zo moet het zijn.
Hier moet het zijn.
Dit moet het zijn.
Dat moet het ook zijn.
Zo ja, hoe moet het zijn opgezet?
Dat moet het zijn.
Dit moet het zijn.
Zo moet het zijn.
Dat moet het zijn.
Zo moet het zijn, Maziar.
Hier moet het zijn.
Ik moet het zijn.