Voorbeelden van het gebruik van Moet weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik moet weer shoppen.
Luister, ik moet weer aan het werk.
Ik moet weer aan het werk en ik kan u niet helpen.
Hoi, ik moet weer afzeggen.
Je moet weer gaan autorijden en praten.
Ik moet weer aan het werk.
Ik moet weer aan het werk.
Ik moet weer aan de slag.
Ik moet weer op krachten komen.
Ik moet weer in de race.
Weet ik, maar ik moet weer repeteren.
Je moet weer naar drugtherapie.
Je moet weer leuke dingen gaan doen buiten werk om.
Als dat alles was, ik moet weer aan het werk.
Toch? Neem me niet kwalijk. Ik moet weer aan het werk.
Ik moet weer naar het huis.
Dat vind ik fijn voor je maar ik moet weer aan het werk.
Papa moet weer aan het werk.
Ik moet weer gaan studeren.
Ik wou dat ik tijd had, maar ik moet weer aan het werk.
