Voorbeelden van het gebruik van Moet weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet weer aan het werk. Ik moet gaan.
Ik moet weer aan het werk. Oké.
Lk moet weer aan het werk.
Ik moet weer gaan gewichtheffen!
Ik moet weer naar school.
Lk moet weer aan 't werk.
Ik moet weer geopereerd worden.
Men moet weer terug naar school jaren om het probleem op te lossen.
Sorry, ik moet weer aan het werk.
Kapitein. Ik moet weer aan het werk. Kapitein?
Ik moet weer naar het theater.
Lk moet weer aan het werk.
Weet je, ik moet weer aan het werk.
Sorry, ik moet weer naar de receptie.
Ik moet weer naar beneden.
Je moet weer met hem vechten.
Ik moet weer even naar binnen.
Ik moet weer aan het werk, Louise.
Kijk… ik moet weer een tijdje weg.
Klinkt spannend. Ik moet weer aan het werk.