Voorbeelden van het gebruik van Nieuweling in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De nieuweling trakteert altijd.
Maty is een nieuweling bij Zanon Ceramics.
Wie is de nieuweling?
Bouddha, trachtte de nieuweling te wurgen.
zelfverzekerde advocaat, geen nieuweling.
De nieuweling zit in de stoel van Janice.
Dat doen ze met elke nieuweling.
Ik ben geen nieuweling.
De verdwijning van Moloch's wonde valt samen met de interventie van de nieuweling.
Jij bent echt een nieuweling, is het niet?
Cornelio, nieuweling.
Kijk, het was ik of een nieuweling.
Kim, jij bent de nieuweling.
Wie is de nieuweling?
Zie ik eruit als een nieuweling?
Ik heb gehoord dat je de nieuweling bent gaan ontmoeten.
Wie is de nieuweling?
kiezen ze de nieuweling.
Dit is Brooke, een nieuweling.
Je kent me goed, voor een nieuweling.