Voorbeelden van het gebruik van Vrolijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Je bent al 'n week vrolijk, en nu dit?
De muziek in Marula zorgt voor een sfeer die karakteristiek vrolijk en vriendelijk is.
Toen ik klein was… was ik altijd vrolijk.
Toch doen wij vrolijk voort.
Probeer daar maar eens níet vrolijk van te worden.
Twee dagen later liep hij alweer vrolijk rond.
U was vroeger zo positief en zo vrolijk.
Wees vrolijk.
Is hij vrolijk?
Daar werd ik vrolijk van.
ben je altijd zo vrolijk?
Het is een wonder dat ik zo vrolijk blijf.
Hoe kunnen jullie allemaal zo vrolijk zijn na ons' bijna ongeluk'?
Eet, drink en wees vrolijk, heren.
kleurrijk, vrolijk en vol verrassende muziekjes.
haar familie zijn erg vrolijk en behulpzaam.
Ze werd vrolijk, zacht en sociaal.
Dit vrolijk gekleurde, van hout gemaakte stapel mannetje.
Ze is altijd vrolijk en heeft altijd een vriendelijk woord voor haar collega's.
Ze is altijd vrolijk en heeft de meest aanstekelige lach die ik ken.