Voorbeelden van het gebruik van Beminnen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
God wil dat we onze naasten beminnen en helpen.
Zolang zij leeft, zal ik niemand anders kunnen beminnen.
God en goddelijke dingen moet men beminnen om ze te kennen.
bidden, beminnen.
Later zal hij schrijven: «Wie beminnen?
De zon en de maan beminnen elkaar.
maar leert beminnen.
Ik denk dat hij wil dat wij kunnen beminnen en bemind worden.
Volgens mij wil Hij dat we kunnen beminnen en bemind worden.
Het is een mens die door God wordt bemind en die ik moet beminnen.
In het werkelijk bewonderen en beminnen van de All….
Ten eerste kon ik niet meer gaan beminnen want ik herhaal het, beminnen betekende voor mij tiranniseren
Wij beminnen allen de Vader meer om zijn natuur, dan uit waardering voor zijn verbazingwekkende eigenschappen.
En ook al beminnen we elkaar niet van harte, moet men elkander dan boos zijn als men elkander niet van harte bemint?"?
Mijn Vader en ik beminnen jullie, schepselen, en wij willen jullie verlossing;
Laten we de versterving en de boete beminnen, met natuurlijkheid, zonder er ophef van te maken, zoals wij in het leven van Maria zien gebeuren.
Gisteren nog verklaarden de Thorez[2]& Co: “Wij beminnen ons land, maar wij kunnen de nationale verdediging onder het kapitalistische stelsel niet erkennen”.
God is jaloers op onze harten, en Hij wil dat we Hem alleen beminnen".
spelen we, lachen we, beminnen we en leven we ver van conflicten en ruzies.
dit is het enige wat we waarlijk kennen en beminnen.