Voorbeelden van het gebruik van Dat moet het zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat moet het zijn… het is chocolade.
Dat moet het zijn.
Dat moet het zijn.
Dat moet het zijn.
Dat moet het zijn.
Dat moet het zijn.
Dat moet het zijn, toch?
Dat moet het ook zijn.
Dat moet het zijn.
Dat moet het wel zijn.
Er is een boerderij 1,6 km naar het noorden… in het midden van het signaal, dat moet het zijn.
Dat moet het mooiste zijn, een zoon die naar je opkijkt… die later net zo wil worden als jij.
Dat moet 't zijn.
Ja, dat moet 't zijn.
Dat moet het geweest zijn waardoor ze erbij was. .
Dat moet 't zijn.
Dat moet 't zijn.
Dat moet het zijn.
Dat moet het zijn.