Voorbeelden van het gebruik van Dingetjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En deze dingetjes hier?
Die bruine dingetjes, is dat spek?
Iemand die dingetjes regelt en zorgt voor wat administratie
Ik heb die dagboek dingetjes gevonden die je nodig had.
Gewoon wat laatste minuut dingetjes, en we zijn er klaar voor.
Ik had wat dingetjes nodig en nu ik toch daar was.
Soms moet je wat verkeerde dingetjes doen voor één groter goed doel.
Ik moest wat dingetjes regelen met Em.
We zijn vijf dingetjes die je dagelijks hoort.".
Er zijn wat dingetjes die gemaakt moeten worden.
Alledaagse dingetjes die onbelangrijk lijken.
Maar als producent wil ik een paar dingetjes veranderen.
Je verkoopt geen dingetjes of aandelen.
Nadenken. Kleine dingetjes.
Ik heb wat dingetjes meegebracht.
Ik moet eerst nog een paar dingetjes doen.
En het vuur. Wat dingetjes, kleuren.
Hij gaf me een hele doos met van die plastic dingetjes.
Ik wil hem wat dingetjes vragen.
De mannen. Met die dingetjes op hun handen.