Voorbeelden van het gebruik van Gij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zijt gij de eerste een mens geboren?
Wilt gij de stad doden, ene moeder in Israël?
Doch gij hebt niet naar mij het oor geneigd noch geluisterd.
Hebt gij dan geen huizen om te eten en te drinken?
Gij zult niets te doen hebben met het Koninkrijk van de wereld.".
Gij zijt Getuige over alle dingen.
Maar wat wilt gij dan zeggen?”?
Gij, die de bergen vastzet door uw kracht.
Gij velen biedt wel sociale handel aan.
En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
Gij ziet hoe mijn ziel.
Gij doet dan ook, wat gij bij uw vader gezien hebt.
Wat wilt gij?” vroeg zij.
Gij almachtige van Amentet.
Gij zijt gezegend, mijn zoon.
Zoo als gij het zijt geweest.
Wat wilt gij?”?
Gij alleen de Heer.
Gij zijt de bogen waarmee uw kinderen.
Gij zult den kleine,