Voorbeelden van het gebruik van Leugens in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
huis vol leugens.
U arresteert me op grond van een zootje leugens.
doe wat zei zeggen leugens.
Ik wil alleen dat de Duitsers die leugens over Aucklandeiland intrekken.
Maar…- Leugens.
Voor uitleg, excuses…. Leugens?
Waarom geloofde je die leugens over mij?
Hannahs leugens.
het zijn allemaal leugens.
Gij aanbidt naast Allah slechts afgoden en gij verzint leugens.
Ze nemen de arbeidersjongens en vertellen ze een hoop leugens.
Geen enkele hersenscan kan leugens opsporen.
Ze beschuldigen en veroordelen op basis van compleet gefabriceerde leugens.
En hij vertelde jou dingen. Leugens over mij.
zij weigeren satans leugens te geloven.
Allemaal leugens.
Ben jij niet diegene die zegt dat we niet op leugens kunnen leven?
En ik dacht dat leugens je handelswaar waren.
Dat betekent dat dit allemaal leugens zijn.
Ik ben je leugens zo zat.