Voorbeelden van het gebruik van Nabij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Gelegen nabij het centrum van Praag.
De aarddraad kan nabij de rand van het bord wanneer nodig.
Hij is nabij, Alice.
Nabij, en hij komt zeer haastig;
Een hotel vinden nabij Galicië, Spanje is nu wel heel eenvoudig.
Het is gelegen nabij het strand San Juan,
Eenheden nabij Ezekiel 1910, ter plaatse assistentie verlenen.
Dit is een vluchtelingen kamp nabij Tuzla, in centraal Bosnië.
Paardrijden(Nabij de accommodatie).
Het hotel ligt nabij het kasteel en het museum.
Het hotel is nabij een weelderige tuin
Het slachtoffer was vastgebonden nabij het tijdstip van overlijden.
Snorkelen(Nabij de accommodatie).
Tijdelijke kunstgaleries Nabij de accommodatie.
Hiking(Nabij de accommodatie).
Skiën(Nabij de accommodatie).
Het hotel ligt nabij een tempel, musea en theaters.
De Heere zij hen nabij, van dag tot dag.
Zij gebruiken wat nabij en dierbaar is tegen je als munitie.
Het hotel ligt nabij een moskee en musea.