Voorbeelden van het gebruik van Ondankbaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mijn volk is niet ondankbaar.
En zij was ook ondankbaar.
Hoe ondankbaar dat mannen kunnen zijn.
Omdat we de neiging hebben geërfd ondankbaar te zijn.
Stinkend en ondankbaar.
Ze is ondankbaar.
Die Kretenzers zijn zo ondankbaar.
Zo ondankbaar.
stom en ondankbaar.
Ik ben ook niet ondankbaar.
Mannen… zijn ondankbaar.
En wie ondankbaar is: voorwaar, mijn Heer is Behoefteloos.
Deze ondankbaar apen durven de mensheid te trotseren!
dat lijkt zo ondankbaar.
Maar ik niet-worden ondankbaar, I 'm gonna verwijderen.
Zij riep dat ik ondankbaar was, en het was haar huis.
Ik was ondankbaar, het spijt me.
Kinderen zijn ondankbaar, dat is hun taak.
Het is ondankbaar. Maar ik verwacht nooit dankbaarheid.
Ik wil niet ondankbaar zijn, maar.