Voorbeelden van het gebruik van Verwar in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Verwar je liefde nu niet met wellust?
Misschien verwar je z'n leven met z'n werk.
Misschien verwar je me met de vorige kerel die jij onder schot hield.
Veel vrouwen verwar implantatie bloeden met een lichte menstruatiecyclus.
Ik verwar die twee altijd.
Verwar mij niet met mijn undercover types.
Of verwar ik jullie nu met eksters?
Misschien verwar je het pad met de bestemming.
Alleen verwar je me misschien met een ander soort vrouw.
Ik verwar zonsopgang en zonsondergang.
Of verwar ik het nu weer met diarree?
Ik verwar hem met iemand.
Verwar ik kerst weer met de zeven hoofdzonden?
Waarom verwar ik u?
Die verwar je soms.
Verwar mij in geen geval met iemand anders!'.
Verwar je vrouw niet met een auto.
Verwar je me niet met een ander?
Verwar die twee. Allebei?
Verwar de Controle limieten niet met de specificatie limieten.