Voorbeelden van het gebruik van Was nog in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Slechts één was nog een agent ten tijde van zijn verdwijning.
Luisteren was nog nooit zo makkelijk.
Zij was nog rijker.
De huurders waren verhuisd en Emily was nog niet terug.
Er was nog iemand in die kamer.
Mijn zoon was nog een jongen!
Ik was nog klein toen jij viel
De maatschappij was nog aristocratisch van aard;
Ik was nog jonger.
Koken was nog nooit zo gemakkelijk.
De moeder was nog een jong meisje.
Er was nog iemand in de bank.
Maar het Zestiende Congres was nog meer enthousiasmerend dat de meeste vorige.
Je was nog een jongen, Jack.
Die was nog ouder dan ik.
Vandaag was nog maar het begin.
Je longen waren nog niet helemaal volgroeid en alles was nog heel kwetsbaar.
Ik was nog jonger dan jij.
Ze was nog klein.
De People's Climate March was nog maar het begin.
