Voorbeelden van het gebruik van Weet hij in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe weet hij zoveel over hem?
Weet hij waar hij het over heeft, of is het een ouwe gek?
Hoe weet hij of hij een van de goeien is?
Weet hij dat ik de directeur ben van Binnenlandse Veiligheid?
Weet hij niet wat er in Jeruzalem gebeurd is?
Is hij een idioot of weet hij dat ie schattig is?
Weet hij iets over je?
Hoe weet hij al dat we er zijn?
Weet hij wie dat wel is?
Dat weet hij.
Wat weet hij nou, hij is dierenarts.
Hoe weet hij hoe ik heet?
Hoe weet hij 't dan? Hij zegt dat iedereen 't weet. .
Volgens mij weet hij wat hij doet.
Daarna weet hij het niet.
Hoe weet hij dat Laurel contact heeft met de man met de kap?
Maar hoe weet hij dan, dat je vroeger klein was?
Misschien weet hij nu iets wat er met zijn moeder is gebeurd.
Hoe weet hij precies wat er gaat gebeuren?
Weet hij wat hij doet?