Voorbeelden van het gebruik van Weet precies in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik houd van structuur en weet precies waar in een seizoen de pieken zitten.
Hij heeft een ingebouwde klok en weet precies wanneer hij eten krijgt.
Jij weet precies wat ik hier mee bedoel.
Nee, ik weet precies wie je bent.
Je weet precies Wat je moet doen.
Ik zie er nog net zo uit, maar weet precies wie ik ben.
Je weet precies hoe te raken.
Als hij dat weer doet…- lk weet precies wat je bedoelt.
Je weet precies wat ik bedoel.
Ze weet niet wie ik ben… maar ik weet precies wie zij is.
En jij weet precies wat ik van je nodig heb.
Ik ben niet opgewonden; ik weet precies waar ik ben!
Je nooit echt weet precies wat te verwachten van hen.
Birkoff, je weet precies, wie ze zijn.
Ik weet precies wie je bent.
Een betrouwbare bron weet precies wat er in zit.
Uw arts /pharmacist weet precies wat je het over wanneer u P450 zeggen.
Je weet precies waar je moet gaan als je eenmaal in IJsland landt.
Ik weet precies waar ik ben en wanneer.
Dit zieke individu weet precies wie wij zijn.