Voorbeelden van het gebruik van Zij zit in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zij zit op de wc.
Zij zit in jouw klas, toch?
Zij zit in Lefortovo, ik ben er zeker van.
Zij zit in je en ik sta altijd buiten in de hal.
En zij zit dan dichter bij Tony.
Zij zit achteraan in het midden in een wit jurkje.
Maar zij zit bij heer Kamio.
Zij zit in een boot twee mijl van de kust.
Zij zit bij de deur van haar huis.
Zij zit op 't middelbaar en jij op de hogeschool.
Zij zit bovenop.
Ik ben kreupel, en zij zit in een rolstoel.'.
En zij zit in die taxi daar, zie je?
Zij zit in het middelbaar en hij op unief.
Zij zit op het balkon met een breed uitzicht op de achtergrond.
Zij zit hier. Ze heeft een vermout. Ze praten.
Zij zit in het Athenium.
Zij zit hier goed
Zij zit daar naast Christus; zij droogt de tranen
Ik weet waar zij zit over 5 jaar.
