ESPOSO - vertaling in Nederlands

man
hombre
marido
esposo
tipo
tío
chico
viejo
varón
masculino
sujeto
echtgenoot
marido
esposo
cónyuge
bruidegom
novio
esposo
vrouw
mujer
hembra
femenino
dama
esposo
chica
man's
hombre
marido
esposo
tipo
tío
chico
viejo
varón
masculino
sujeto
mans
hombre
marido
esposo
tipo
tío
chico
viejo
varón
masculino
sujeto

Voorbeelden van het gebruik van Esposo in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
¿Espiar esposo- implicaciones éticas
Bespioneren van echtgenoot- ethische implicaties
¿Cómo está su esposo, Lady Latimer?
Hoe is het met uw man, vrouwe Latimer?
El esposo hizo un pedido de separación.
Haar echtgenoot vroeg de scheiding aan.
Es que mi esposo, Ron.
Het komt door m'n man, Ron.
Nombre del esposo.
Naam van haar echtgenoot.
El nombre de se esposo es Jack.
De naam van haar echtgenoot is Jack.
¿Tu esposo o la CIA?
Bij je man of bij de CIA?
Como esposo, estoy angustiado por las tareas domésticas de mi esposa..
Als een man, ik ben benauwd door het huishouden van mijn vrouw.
Esposo comparte esposa con su mejor amigo.
Hubby deelt vrouw met beste vriend.
Mi esposo se enamoró de otra mujer de su trabajo.
Mijn echtgenoot is verliefd geworden op een andere vrouw op zijn werk.
Sé quién era mi esposo y conozco las responsabilidades que eso implica.
Ik weet met wie ik getrouwd was en ik ken de verantwoordelijkheden die ermee gepaard gaan.
Eres igual que mi esposo.
Hij lijkt op mijn man.
¿Para quién trabaja?¿Tu esposo o la CIA?
Werkt hij voor je man of voor de cia?
¿Y tu esposo, a él también le gusta el Feng Shui?
Hoe zit dat met je man? Doet hij ook aan Feng Shui?
Probablemente su esposo- un detective de homicidios de Oakland.
Waarschijnlijk door haar man, een rechercheur uit Oakland.
Tu esposo regresó a Roma.
Je echtgenoot is terug in Rome.
Mi esposo.
Van mijn echtgenoot.
Mi esposo y yo estuvimos una semana en esta hermosa casa en Noale.
Mijn echtgenote en ik verbleven een week in dit prachtige huis in Noale.
Al menos tu esposo llega en la noche.
Je echtgenoot is vanavond thuis.
Mi esposo es sargento de la 23º División.
Ik ben getrouwd met een Sergeant van de 23e divisie.
Uitslagen: 15854, Tijd: 0.1612

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands