NACER - vertaling in Nederlands

geboren
nacimiento
nato
nacido
geboorte
nacimiento
parto
nacer
a luz
natividad
geboren worden
nacer
ontstaan
aparición
creación
origen
ocurrir
producir
aparecer
surgimiento
desarrollar
nacimiento
generar
voortkomen
surgen
derivadas
resultan
provienen
nacen
resultantes
se originan
generados
proceden
emanan
geboren werd
nacer
geboren wordt
nacer

Voorbeelden van het gebruik van Nacer in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Después de nacer la niña, murió la reina.
Toen 't kind geboren was, stierf de koningin.
Justo después de nacer.
Net nadat ik was geboren.
Porque en cuanto a nacer con suerte… ganaste la puta lotería.
Als het aankomt op een gelukkige geboorte, heb jij de verdomde loterij gewonnen.
Antes de nacer, ya tenía la identidad equivocada.
Voordat Ik was geboren, had ik zekerweten de verkeerde identiteit.
Morir es, después de nacer, el acontecimiento más importante de nuestra vida.
Sterven is na onze geboorte de belangrijkste gebeurtenis in ons leven.
Sobre todo según acaban de nacer.
Vooral als ze net geboren zijn.
¿Se puede nacer en el cuerpo equivocado?
Kan je geboren worden in het verkeerde lichaam?
Yo acababa de nacer.
Ik was net geboren.
Acababa de nacer, y era un bebé nacido ocho meses y medio prematuro.
Ik was net geboren. Ik was 8, 5 maand te vroeg.
Pero poco después de nacer la niña, la reina murió.
Toen 't kind geboren was, stierf de koningin.
Cuando acaban de nacer y son jóvenes, son pequeños;
Wanneer ze net geboren zijn en jong, zijn ze klein;
Nuestra Web acaba de nacer.
Onze website is net geboren.
Nunca pudo nacer.
Hij is nooit geboren.
Solían nacer en clases más bajas de partes distantes del Imperio.
Ze meestal geboren in de lagere klassen van afgelegen delen van het Rijk.
Cuando J.J. acababa de nacer él tuvo un horrible cólico.
Toen JJ pas geboren was, had hij een vreselijke koliek.
Antes de nacer a esta vida.
Nog voor je geboorte in dit leven.
Mi mamá siempre dice que es porque tenía que nacer.
Mijn moeder zegt dat ik gewoon geboren moest worden.
Por esa razón es que tiene que nacer otra vez.
Dat is de reden dat hij wederom geboren moet worden, ziet u.
Nunca lo será. Tendría que morir y volver a nacer.
Daarvoor moet je opnieuw geboren worden.
Desde antes de nacer los médicos le desahuciaron.
Na de geboorte hadden de artsen hem al afgeschreven.
Uitslagen: 2066, Tijd: 0.191

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands