TIEMBLAN - vertaling in Nederlands

trillen
vibrar
temblor
temblar
vibración
oscilar
vibrante
vibrador
tembloroso
estremecer
beven
temblar
temblor
sacudir
estremecer
temblorosas
sidderen
temblar
estremecer
schudden
sacudir
agitar
temblor
estrechar
temblando
agitación
dar
mover
un apretón
la sacudida
bibberen
temblando
temblores
huiveren
estremecer
temblar
estremecimiento
hacer una mueca de dolor
tiritar
trilt
vibrar
temblor
temblar
vibración
oscilar
vibrante
vibrador
tembloroso
estremecer
beeft
temblar
temblor
sacudir
estremecer
temblorosas
rillen
surcos
tiemblo

Voorbeelden van het gebruik van Tiemblan in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Tiemblan.¿Y tú?
Ze trillen.
Tiemblan las manos fricking?
Beeft je hand nou?
Primero, los muertos no tiemblan.
Ten eerste rillen doden niet.
Cariño,¿aún tiemblan las manos cuando me tocas?
Lieverd, trillen jou handen nog als je me aanraakt?
Los montes tiemblan delante de él, y los collados se derriten;
De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten;
Cada vez tiemblan más.
Ik tril steeds erger.
Tiemblan como las de un escolar!
Ze trillen als de neten!
Tiemblan como cocteleras y sudan como puercos… cuando levantas tu vocecita.
Ze schudden als cocktails en zweten als semtex vanwege jouw stemmet je.
Los cielos tiemblan, cariño, y yo…".
De luchten te tokkelen, Schat en ik…".
Todavía me tiemblan las piernas.
Ik tril nog op mijn benen.
En algunos casos los muebles ligeros tiemblan visiblemente.
In enkele gevallen schudt licht meubilair zichtbaar.
¡Ya no tiemblan a Mi Palabra!".
Ze beven niet langer voor mijn Woord!".
incluso si sus manos tiemblan.
zelfs als je handen te schudden.
También los demonios creen y tiemblan.
De duivelen geloven het ook, en zij sidderen.
Por eso es que tiemblan.
En dat is waarom ze trillen.
Ahora cuando oyen el acento,¡ellos tiemblan!
En als ze het nu horen, schijten ze in hun broek!
Su labios tiemblan.
Zijn lippen bewegen.
Sí perdedor, la gente mira y tiemblan.
Ja loser, kijk en huiver mensen.
Hacéis bien: los demonios también lo creen, y tiemblan.
Daar doet u goed aan; de demonen geloven dat ook en zij sidderen.
Suda, le tiemblan las manos.
Hij zweet, heeft trillende handen.
Uitslagen: 224, Tijd: 0.08

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands