ER MUSS NOCH - vertaling in Nederlands

Voorbeelden van het gebruik van Er muss noch in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Er muss noch drinnen sein! Bart fehlt.
Bart is er niet. Hij moet nog steeds in de school zijn.
Er muss noch was regeln.
Hij moet iets regelen met een vrouw.
Er muss noch bezahlt werden.
Ik moet hem nog betalen.
Er muss noch heute raus.
Hij moet hier vandaag weg.
Nicht auf den Mund. Er muss noch reden.
Niet op z'n mond, want hij moet nog veel vertellen.
Er muss noch die Leichen verschwinden lassen, um Zeit zu gewinnen,
Hij moet zich bezig houden met de lijken om zelf tijd te winnen.
Er müsse noch arbeiten, etwas vorbereiten,
Hij moet nog werken of iets doen.
Er muß noch im Haus sein.
Hij moet nog in 't huis zijn.
Er musste noch eine aufdecken.
Hij moet nog een kaart trekken.
Er müsse noch arbeiten, etwas vorbereiten, du weißt schon.
Hij moet nog werken of iets doen.
Er musste noch nie drei Kreditkarten mit sieben anderen ausgleichen.
Hij hoefde nog nooit drie creditcards af te betalen met zeven andere creditcards.
Er müsste noch 8 Jahre in Iron Heights mit Zigaretten handeln.
Hij zou nog acht jaar in Iron Heights moeten zitten.
Es sei denn, er denkt, er müsse noch eine Sache regeln.
Tenzij hij denkt dat hij nog wat moet oplossen.
Er musste noch was erledigen.
Hij moest nog wat werk afmaken.
Wir bleiben eine Weile hier und er musste noch einige Dinge erledigen.
We blijven hier een tijdje en hij moest nog wat dingen regelen.
Aber ihm müssen noch viele weitere folgen.
Maar er moeten nog vele andere stappen worden gezet.
Er musste noch mal zwei Jahre warten, bis er von Papst Clemens IX. die erhofften Antworten erhielt.
Hij moet nog twee jaar wachten om van Paus Clemens IX de verhoopte antwoorden te krijgen.
Mein Freund ist schon weg. Er musste noch was erledigen, bevor er geht zur Arbeit.
M'n vriend is weg, hij moest nog iets doen voor hij naar z'n werk ging.
Er muss noch fliegen.
Hij moet vliegen.
Er muss noch arbeiten.
Hij moest werken.
Uitslagen: 44273, Tijd: 0.0452

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands