Voorbeelden van het gebruik van Apostel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Moge de apostel u zegenen.
Jij was m'n apostel.
Zijn apostel.
Saul werd de apostel Paulus.
Een apostel van God.
En apostel Paulus is z'n leven lang vrijgezel geweest.
De apostel Johannes begint zijn evangelie als volgt.
Dus zei Apostel Paulus,"Wat zullen wij dan zeggen?
Zo ik anderen geen apostel ben, nochtans ben ik het ulieden;
En voor het Aposteldistrict Kaapstad werd Apostel Ndodomzi Terence Nene(48) nieuw geordineerd.
Nog één apostel, dan zijn het er 18.
Omdat netzo als bij een apostel, je verleden niet moet worden geïnterpreteerd.
Omdat jij, net als een apostel, niet moet interpreteren, maar leveren.
Nog één apostel, dan zijn het er 18.
In zijn brief aan de Korintiërs schrijft apostel Paul.
was dit zwaard van Johannes de apostel.
Dit werd kort daarop door apostel Woodhouse bekrachtigd.
Patroonheilige van het diocees is de heilige Ansgar, apostel van Scandinavië.
Er is geen atheïstische apostel.
Samen kunnen we vandaag wellicht… troost vinden in de woorden van apostel Paulus.