Voorbeelden van het gebruik van Ben toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Lk ben toch Willie het Wapen?
Ik ben toch niemand. Nee, laat maar.
Ik ben toch meestal om vier uur wakker.
Ik ben toch te vroeg.
Ja. Ik ben toch de vader van haar kleinzoon.
Ik ben toch maar voor 250.000 verzekerd?
Ik ben toch bij je. Ik leef en dat blijf ik ook doen.
Ik ben toch in de buurt?
Ik ben toch Amerikaans?
Ik ben toch niet gek!
Ik ben toch bezorgd.
Dus ik ben toch nog op.
Ik ben toch al dood.
Ik ben toch je zwager?
Het is niet professioneel, ik ben toch manager?
Ik ben toch niet gegaan?
Ik ben toch te jong.
Ik ben toch zijn bruid?
Ik ben toch geen vreemde?
Ik ben toch allergisch voor kaas,