Voorbeelden van het gebruik van Dat aandoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Elke dag. hoe konden ze hem dat aandoen?
Waarom zou hij me dat aandoen?
Zou je mij dat aandoen?
Wil je je baas dat aandoen?
Geen zwager zou me dat aandoen.
Hoe kon ze zichzelf dat aandoen?
Hoe kon je me dat aandoen?
Wie moet ik dat aandoen?
Ja. Pap, hoe kun je me dat aandoen?
Ik begrijp niet waarom je ons dat aandoet.
Ik heb haar dat aangedaan… ik.
Het kind helpt je zenuwen de vernieling in als je hem dat aandoet.
Ze hebben jou dat aangedaan en jij laat ze ermee wegkomen.
Waarom ik jou dat aandoe?
Wie heeft je dat aangedaan, Ben?
Wie heeft dat aangedaan?
CJ heeft vader dat aangedaan, Alice!
Wij hebben haar dat aangedaan.
Ik heb hem dat aangedaan.
Wie heeft hem dat aangedaan?