Voorbeelden van het gebruik van Dat nog eens in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben bang dat dat nog eens gebeurt.
Perfect. Lees dat nog eens.
Moet ik dat nog eens herhalen?
Kunnen we dat nog eens proberen?
Wil je dat nog eens?
Als je dat nog eens doet, vermoord ik je!
Zeg dat nog eens.
Nee, ik versta je niet. Zeg dat nog eens.
En je bedenkt je wel twee keer voor je dat nog eens doet.
Lees dat nog eens.
Speel dat nog eens.
Moet ik dat nog eens zeggen?
Zeg dat nog eens.
Probeer dat nog eens.
Zeg dat nog eens, je staat nu op de speaker.
Mag ik dat nog eens proberen?
Als hij dat nog eens zegt, vermoord ik hem.
Moet ik dat nog eens zeggen?
Zeg dat nog eens, kleine, Ierse stronthoop.
Speel dat nog eens af.