Voorbeelden van het gebruik van De trein in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het gaat over dat ongeluk bij de trein.
Daar kunnen de passagiers overstappen op de metrolijn of de trein.
Weet u zeker dat hij in de trein zit?
De trein stopt er alleen op verzoek van soldaten die in
Voetbal fans in de trein zijn erg.
De trein opent grenzen tot nieuwe gebieden…
Waarom neem je niet de trein?
Bütschwil is goed bereikbaar met de bus en de trein.
En op 10 minuten loopafstand van de trein en het busstation.
Ze kan in de trein eten.
De trein is opgebouwd uit een motorwagen en stuurstandrijtuig.
Voetbalfans in de trein zijn vreselijk.
De trein was het eerste moderne vervoersmiddel.
Makkelijk en comfortabel met de auto, de trein of het vliegtuig.
8 m. Afstand tot de trein: 7 km.
Ik neem de trein.
En dat is niet Maslin want die zit in de trein.
Je kunt de trein nemen, maar niet met je tanden. Voorzichtig!
Dat is toch altijd zo in de trein?
We gaan een tunnel bouwen voor de trein.