Voorbeelden van het gebruik van Dicteren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moet een persbericht dicteren.
Dat kun je mij dicteren.
Ik wil wat dicteren.
Ik moet een brief dicteren.
Miss Simpson, hoe kan ik nou dicteren als je?
Ik zal dicteren.
Ik wil nog steeds de voorwaarden dicteren.
En dat hij het mij morgenochtend zou dicteren.
Alstublieft, Frau Junge… ik wil u mijn testament dicteren.
Ik heb hem nog niet geschreven, maar ik kan hem wel even dicteren.
Samenstelling… Ik kan dit niet doen. Theater, vervoegingen, Het spijt me, oprecht, woordenschat, dicteren.
Laten we een achtjarige het feestje dicteren?
Zij dicteren de wetten en maatregelen die dienen om hun belangen te beschermen.
Je kan het dicteren en dan schrijf ik het op.
Onze wetten van gastvrijheid dicteren dat we hulp aanbieden, Zullen we?
dus lieten ze me dicteren.
De grote aanbieders mogen deze voorwaarden niet opleggen of dicteren.
Ik laat de partij me niet dicteren.
Er zijn regels in de plaats, die dicteren hoe wij leven.
Met deze kernnummers kan de coverstock de reactie dicteren.