Voorbeelden van het gebruik van Dit gestolen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb je dit gestolen, Cash?
Ik heb dit gestolen.
Van wie heb je dit gestolen?
We hebben dit gestolen.
Ze weten dat dit gestolen is.
Jullie hebben dit gestolen.
Wij hebben dit gestolen.
maar ze hebben dit gestolen.
Waarom dit stelen?
Maar dit stelen wel?
Laten we dit stelen. Vergeet het ei.
Dus dit stelen was niet het motief van de moordenaar.
Je moest Vosks complex binnendringen en dit stelen.
Hij wou dit stelen.
Is dit gestolen?
Je hebt dit gestolen.
Hij heeft dit gestolen.
Ik heb dit gestolen.
Heb je dit gestolen?
Zeniba, Haku heeft dit gestolen.